Gemeenten kunnen ‘btw-schade’ verhalen op de SPUK

20-07-2018

De uitbreiding van de btw-sportvrijstelling heeft ook consequenties voor gemeenten die gelegenheid bieden tot sportbeoefening. Met ingang van 2019 hoeven zij geen btw meer in rekening te brengen, maar vervalt ook de mogelijkheid om de btw in aftrek te nemen. Compensatie voor gemeenten is mogelijk door een beroep te doen op de ‘sportcompensatieregeling’.

Gevolgen uitbreiding btw-sportvrijstelling

Gemeenten hebben de afgelopen jaren steeds vaker aansluiting gezocht bij het Sportbesluit. In plaats van het onbelast verhuren van velden en kleedkamers aan sportverenigingen werd dan gekozen voor ‘het gelegenheid bieden tot sportbeoefening’. Een met 6% btw belaste prestatie die er toe leidde dat de gemeente de btw op de kosten in aftrek kon nemen.

Nu de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019 wordt verruimd, wordt deze prestatie in het geval van de gemeente niet langer gekwalificeerd als een btw-belaste prestatie. Er hoeft dan ook geen btw meer in rekening gebracht te worden aan sportverenigingen, maar anderzijds wordt de btw op de kosten van de bouw, aanleg, onderhoud, renovatie en exploitatie een kostenpost.

Compensatie voor gemeenten

Gemeenten kunnen de btw-aftrek niet compenseren door een beroep te doen op de subsidiepot van 87 miljoen euro. Deze is specifiek voor sportorganisaties. Voor gemeenten geldt een aparte compensatieregeling waarin jaarlijks 152 miljoen euro beschikbaar komt. Het subsidiepercentage zal voor gemeenten 17,5% bedragen en daarnaast kunnen gemeenten jaarlijks -in tegenstelling tot sportstichtingen- de btw op de exploitatielasten terugkrijgen. Merkwaardig is dat Sportstichtingen en Vastgoed BV’s (met als enig participant de gemeente) niet in deze ‘pot’ vallen, maar in de pot van 87 miljoen euro.

 

Deel dit bericht