Stijgende inkomsten voor sportorganisaties

15-01-2018

Op basis van de toetsing van ruim 1.600 sportorganisaties concludeert SWS dat de financiële situatie van sportverenigingen in 2017 is gestabiliseerd. Voor het eerst sinds jaren heeft SWS de kwalificaties daarmee niet zien verslechteren. Reden voor deze trendbreuk zou kunnen liggen in het feit dat er gemiddeld genomen sprake is van een toename van inkomsten. SWS  merkt op dat de verschillen per sport en per vereniging groot kunnen zijn en dat veel verenigingen er nog altijd slechts beperkt in lijken te slagen om te sparen voor toekomstige investeringen.

Kwalificaties niet verder verslechterd

Sinds 2010 heeft SWS het percentage sportverenigingen met een kwalificatie ‘goed’ of ‘uitstekend’ zien afnemen, van 59% tot slechts 41% eind 2016. Dit is vergelijkbaar met het percentage eind 2017. De categorie met een kwalificatie ‘redelijk’ is wederom toegenomen en bedraagt inmiddels ruim 52%. Dit betreft de clubs die (nog) keurig voldoen aan de bancaire rente- en aflossingsverplichtingen, maar die niet of nauwelijks in staat zijn om te reserveren voor toekomstige investeringen.

Inkomsten verenigingen nemen toe

Voor de sportorganisaties die door SWS in 2017 zijn getoetst geldt dat er gemiddeld genomen sprake is van een toename van inkomsten. Daarbij is specifiek gekeken naar de contributieopbrengst, de sponsorinkomsten en de kantineomzet. Voor alle drie deze inkomstenstromen geldt dat er sprake is van een stijging.

Inkomstenbron % stijging /daling t.o.v. vorig jaar
Sponsoring +3,2%
Contributie +2,4%
Kantine +3,6%

Overigens betekent dit niet dat iedere sportorganisatie haar inkomsten in het afgelopen jaar heeft zien toenemen. SWS constateert dat de verschillen tussen verenigingen groot zijn. Zo heeft 46% van de gecontroleerde organisaties haar sponsorinkomsten zien dalen, terwijl voor 3% van de verenigingen deze inkomsten gelijk zijn gebleven. De stijging van 3,2% is dus toe te schrijven aan de 51% van de vereniging die de inkomsten uit sponsoring heeft zien toenemen.

Voor de contributieopbrengst geldt dat 57% van de verenigingen hier een stijging heeft laten noteren, terwijl er voor 43% sprake was van een daling. Voor de sportverenigingen met een stijgende opbrengst hoeft dit niet altijd te betekenen dat ook het ledental is toegenomen. De stijging kan ook (deels) gerealiseerd zijn door een verhoging van de contributie per lid.

Ook de kantineomzet laat een wisselend beeld zien. 56% van de sportorganisaties laat hier een plus noteren, terwijl voor 43% van de clubs er sprake is van een daling. Voor 1% van de sportorganisaties is dit gelijk gebleven.

Onderlinge verschillen voetbal, tennis en hockey

Wanneer er onderscheid wordt gemaakt naar ‘type sport’ zijn er ook enkele opvallende verschillen te noteren. Zo laten hockeyverenigingen gemiddeld genomen de grootste stijging van opbrengsten zien, terwijl tennisverenigingen te maken hebben met een daling van contributieopbrengsten. Opmerkelijk is eveneens dat voetbalverenigingen gemiddeld genomen minder profiteren van de stijging van sponsoropbrengsten dan tennis- en hockeyverenigingen.

Inkomstenbron Voetbal Tennis Hockey
Sponsoring +0,4% +4,4% +5,8%
Contributie +2,3% -/-0,3% +4,6%
Kantine +2,7% +2,6% +7,4%

 

Deel dit bericht